3. Winter 2016-2017

Ubud, Bali

Na een drukke tijd op Pink Point tijdens Kerstdagen en de jaarwisseling werd het zo langzamerhand weer tijd voor mijn jaarlijkse trip naar Bali, het eiland van de Goden. In de tweede week van januari ging de kiosk in een welverdiende winterslaap. Het water werd afgesloten en bij vorst zette iemand anders het kleine radiatoortje aan zodat het koffieapparaat niet zou bevriezen. Was al eens gebeurd in 2012. Ook een balansmoment over hoe het tentje gedraaid had in 2016. Dat was goed. De omzet werd elk jaar groter. Ik had ook een paar fijne, tegendraadse en zelfstandige medewerkers. We waren een goed team. Man/vrouw met een Arubaanse, Surinaamse, Israëlische en Nederlandse etnische achtergrond. Ik was blij met ze. Want het is geen baan als een verkoper in een winkel. Elke dag is anders. Je bent altijd buiten, moet elke dag de boel uitstallen en de boel in de gaten houden. Soms bij hoge temperaturen, soms in de vrieskou en vaak bij harde wind. Het eerste wat ik elke dag deed was op de Buienrader app kijken. Vooral de kracht van de wind. Bij windkracht zeven was het een vrije dag. Zoals ik al eerder schreef komt de hele wereld voorbij. Alle kleuren, nationaliteiten, rijk en arm. Ook de zwervers en daklozen. ‘All visitors welcome’ staat buiten op de kiosk vermeld. Zwervers en daklozen kregen af en toe wat geld -niet elke dag trouwens, de schoorsteen moet wel blijven roken… Of een paar handschoenen bij koud weer. Het zijn ook bewoners van de Westermarkt en Amsterdam. Plus, als ze gratis handschoenen krijgen of een warme muts is het zeer onwaarschijnlijk dat ze spullen gaan jatten.

Zomervreugde, Hartjesdag.
Winterpret

Bali

Ik kom al sinds 2001 bijna elk jaar op Bali. De eerste keer was min of meer toevallig. Ik dacht altijd dat Bali voor mij te toeristisch, te druk zou zijn. Mijn voorkeur ging meer uit naar Vietnam, Laos of Cambodja. Een goede vriendin, die Nederlandse kennissen had op Bali, nodigde me uit om mee te gaan. We waren twee weken samen en toen ging zij verder naar Vietnam voor werk. En ik bleef nog twee weken daar. Ik huurde een brommer en ging het eiland ontdekken en ontmoeten. Ik was al snel helemaal om.

Baik Baik
Hindoe ceremonie, Sanur

Ik vond het de meest magische plek waar ik ooit was geweest. De geuren en kleuren, de mensen en de uitbundigheid van hun cultuur. Een kleine hindoeïstische enclave van een paar miljoen mensen in het grootste Moslimland ter wereld, Indonesië. En buiten Kuta, het Torromolinos van de Australiërs, was het rustig. De Balinese variant van het Hindoeïsme vind ik fascinerend. In tegenstelling tot het Hindoeïsme in India kent Bali niet de sterke scheiding en hierarchie tussen de kasten. Er zijn wel kasten maar ze kunnen – in overleg met de Pandit, de priester – desgewenst gewoon met elkaar trouwen.

De Balinesen zijn voortdurend bezig met hun religie. Elke ochtend en elke avond zie je overal vrouwen – soms ook mannen –  in de straten, op pleinen, rijstvelden of op het strand offers brengen. Ze zijn altijd gekleed in een sarong met een sash om hun middel, soort ceintuur van mooie stof. Een grote mand gevuld met kleine zelfgemaakte mandjes van (kokos)palmbladeren waarin snoepjes liggen, stukjes fruit, (maggi)flesje met heilig door de Pandit gezegend water. En natuurlijk bloemen, vaak de mooie Frangipani. Vuur, water en bloemen zijn de basis voor alle offers op het eiland. Er wordt een mandje op de grond gezet. Wierookstokje erbij, een gebed wordt gezegd gevolgd door besprenkeling van heilig water met de bloem. Er is altijd een offer op de grond beneden en eentje boven. Bijvoorbeeld op de stoep en boven bij de (buiten)deur. Beneden is voor de kwade krachten, boven voor de goede geesten. De ene offer kan niet zonder de andere. Kwaad kan niet zonder goed en omgekeerd. Het gaat altijd om de balans.

Daarnaast vind je overal op het eiland eeuwenoude bomen omwikkeld met zwartwit geblokte doeken, vaak versierd met afbeeldingen van Shiva of Vishnu en offers op de grond. Heilige magische plekken voor de Balinesen. Net als in veel andere culturen trouwens. 

Monkey Forest, Ubud

Ook in het dagelijkse leven is het ook belangrijk om de balans te behouden. Zo zijn er elk jaar speciale ceremonies om ook de dagelijkse gebruiksvoorwerpen te zegenen,  bijvoorbeeld alles waar metaal in zit. Dit kunnen messen zijn in het huishouden maar ook auto’s,  brommers, naaimachines of fietsen. Een offermandje hangt aan de auto buiten of binnen. Of bij machines in werkplaatsen. Je weet maar nooit….

Veilige taxi

Aan de oostkust bevindt zich de heilige berg/vulkaan: Gunung Agung. De meest heilige plek op het eiland. Af en toe is er een uitbarsting of rommelt de aarde. Volgens de Balinesen rust het eiland op een grote schildpad die meestal rustig het eiland draagt. Soms echter wordt hij onrustig en gaat bewegen. De balans is verstoord. Met als gevolg een aardbeving of een uitbarsting van de Agung. Het is dan van groot belang de balans weer te herstellen. Na de laatste recente uitbarsting waren er verschillende ceremonies met vertegenwoordigers en volgelingen van verschillende religies. Niet alleen Hindoes maar ook Moslims en Christenen. Een indrukwekkende gebeurtenis. Balinesen zijn ongerust als de balans wordt verstoord. Ik kan me nog goed de ontzetting herinneren na de bomaanslag op een nachtclub in 2002 in Kuta door moslim extremisten.  Men begreep niet dat zo iets op hun vredige eiland kon gebeuren. Maar dat was natuurlijk precies de bedoeling van de terroristen.  Hindoeïsme is haram en moet op alle mogelijke manieren worden bestreden.

Vroeger was bijna alles in Bali gericht op Gunung Agung.  Je woonde bijvoorbeeld in een straat naar de vulkaan toe of van de vulkaan weg, omhoog of o laag. Noord oost zuid en west was niet zo gangbaar als richting. Richting zonsopkomst of zonsondergang werd ook gebruikt. Ook de huizen waren allemaal zo gebouwd.  Bergopwaarts was het ‘heiligste’. Daar bevonden zich de belangrijkste woonvertrekken en de belangrijkste huistempel. Bergafwaarts was plek voor de toiletten en de stallen van het vee. Plus de tempel voor Shiva.                                                           

Ik zou nog veel meer kunnen schrijven over deze fascinerende cultuur.  De antropoloog Fred Eiseman heeft jarenlang op Bali gewoond en een prachtig boek geschreven: Bali. Sekala & Niskala. Een echte aanrader.

Gunung Agung

In de winter van 2002/3 was ik, na een paar weken Australië voor oa de Gay Games, twee maanden op het eiland. Met de brommer op pad, weg van Kuta en Seminyak, de dessa in om de mensen en hun cultuur beter te leren kennen.  Het was een zeer interessante tijd met gesprekken in de kampong. Ook nog regelmatig in het Nederlands.  De ouderen spraken dit vaak nog een beetje. En Bahasa met handen en voeten.  Heb me niet aan het Balinees gewaagd. Beetje te ingewikkeld.  Ik was ook verbaasd door de vele Nederlandse woorden in het Bahasa.  Vooral juridische termen. Maar je ziet ook in kleine dorpen apotek, doktor, notaris, asbak, kantor pos of koelkas. Zelfs betaalautomaat.  En natuurlijk permissie, organisasie enzovoort. Rijsttafel kennen ze niet.  Dit vind je alleen in de restaurants hier: kliekjes die over zijn. Not very Balinese, werd me dan verteld.

Terug in Nederland besloot ik de volgende winter zes maanden te gaan, een huis te huren en misschien een baan te zoeken, waarschijnlijk in het onderwijs. In Seminyak was een Montessorischool die een leerkracht zocht voor een nieuwe middenbouwgroep, leerlingen van zes tot negen jaar. En deze groep had ik meestal toen ik nog Montessori leerkracht was in Amsterdam. Ik zegde mijn baan op bij restaurant La Strada en ging van maart t/m september veel in Het Anne Frank Huis werken. Om een buffer aan te leggen. Ik meldde me ook aan voor de opleiding Teaching English for Speakers of Other Languages (TESOL) bij de IALF, the Indonesian Australian Language Foundation in Denpasar. Begin oktober vertrok ik. Ik logeerde tijdelijk bij Anna, inmiddels een goede Nederlandse vriendin die al sinds 1985 op Bali woonde. De Teaching Course was intensief, vier weken met veel huiswerk en weekend opdrachten. Als enige ‘non native’ speaker behaalde ik het certificaat en een speciale aanbevelingsbrief van de docent.  De leerlingen van de Universiteit die ik les gaf konden mijn Engels goed volgen. Andere mede cursisten hadden vaak een sterk Australisch, Nieuw Zeelands of Texaans accent. Ook ik kon ze af en toe moeilijk volgen. Het verschil is dat wij weten hoe het is als je een andere taal niet kent, Engelstaligen weten dat niet. Wij spreken vaak meerdere talen, zij alleen hun moederstaal, engels. Ik denk dat ik me beter kon verplaatsten in de studenten, ik weet hoe het is om een andere taal te moeten leren spreken.

Op weg naar school

Ook een reden om nu langer te gaan was omdat ik wist dat ik zeer waarschijnlijk over een paar jaar moest beginnen met het nemen van hiv medicatie. Op dat moment was alles nog goed. Wel hiv virus in mijn bloed maar een goede weerstand en verder geen lichamelijke problemen. Maar ik had geen zin in medische zaken in verband met hiv in Indonesië. Je kunt natuurlijk regelmatig terug gaan voor bezoek aan de internist hier in Nederland maar met urgente problemen is het lastig. De meeste buitenlanders op Bali vliegen naar Singapore voor medische zaken. Plus in die tijd was hiv nog erg beladen in Indonesië, zelfs op het toch wel tolerante Bali.

In december kreeg ik de sleutel van mijn nieuwe huis. Een goede vriendin had, samen met haar Balinese vriend, twee huizen gehuurd op een afgesloten compound in Sanur. Midden in een Balinese kampong/banjar. Ik kon het tweede huis huren in onderhuur zo lang ik wilde. Dat was prima voor mij. In Bali is het gebruikelijk de huur in één keer minstens een jaar vooruit te betalen. Soms zelfs een aantal jaren. Wel veel geld in één keer maar het voordeel hiervan is dat de huur niet elk jaar omhoog gaat. En je hebt een woonvergunning nodig. Aangezien ik nog niet wist hoe lang ik zou blijven – hing er vanaf of ik werk zou vinden- kwam mij dit goed uit. Ik betaalde elke maand huur, in ieder geval zo lang ik zou blijven. En was niet meer aangewezen op hotels of stayokays. Het huis had twee slaapkamers, een woonkamer, gezamenlijke keuken, badkamer en een buitenruimte, eigenlijk de woonkamer. Het was helemaal ingericht. Ik hoefde alleen maar wat lampen te vervangen – tl balken – , wat kussens en vloerkleden aanschaffen en klaar. We hadden een grote tuin met mangobomen, kokospalmen, veel bloemen en achter in de tuin waren nog resten van de huistempel. Ik voelde me er meteen helemaal thuis.


Jalan Danau Tondano, Gang Empat 7, Sanur

In de weekends ging ik altijd twee dagen naar een hotel in Seminyak, Bali Agung, dicht bij het strand. Ik had een goedkopere kamer bedwongen door de afspraak dat ik elk weekend zou komen. Het strand en de zee ten noorden van Kuta zijn prachtig met spectaculaire zonsondergangen en veel minder en een ander soort toeristen. ‘Avonds ging ik op pad. Seminyak had een levendig uitgaansgebied met restaurants, bars, cafés en discotheken. Ook een aantal gay georiënteerd. Ik vond het opvallend hoe open de homo scene was in Seminyak. Veel dragoptredens, lady boys en flirtende mannen op straat. De meeste homo jongens en lady boys komen van buiten Bali. Ze zijn uit hun geboorteplaats vertrokken naar deze oase van tolerantie en vrijheid in Indonesië. Ik ontmoette jongens uit Java, Lombok, Sulawesi, Flores en Kalimantan. Vaak hadden ze geen werk en woonden samen in een groep op een compound in Kuta. De huisbaas was bijna altijd een wat oudere Balinese vrouw, een soort vertrouwenspersoon of moeder voor de boys. Sommigen zaten in de prostitutie, anderen hadden bijbaantjes. En ook op zoek naar een oudere (rijke) westerse toerist die voor ze kon zorgen, vooral financieel natuurlijk. Ze komen naast je zitten, al gauw met één hand op je been. “Where are you from?”

Jalan Gado Gado, Seminyak

In die tijd nam ook het aantal hiv infecties op Bali toe. In het weekend kwamen (getrouwde) jongens en mannen vanuit het binnenland naar Kuta en Seminyak om in de prostitutie of een massage salon bij te verdienen. En liepen dan regelmatig een hiv infectie op door onveilige seks. De meeste mensen met hiv waren echter heroïne gebruikers die naalden onderling uitwisselden. Tijdens mijn verblijf werd er een buddy/hiv preventieproject opgericht, uniek in Indonesië. Omdat ik lange tijd in Nederland buddy was geweest voor mannen met hiv, sloot ik mij aan bij dit project. De belangrijkste taak van de buddy’s was om dagelijks de hiv geïnfecteerden hun medicatie te geven. Veel van hen waren opgenomen in het ziekenhuis in Denpasar. Door de medicatie persoonlijk te overhandigen werd voorkomen dat het verplegend personeel of zelfs de arts de medicatie ging verkopen op de zwarte markt. Heel ander buddywerk dan hier in Amsterdam bij de Schorer Stichting. Later werd het project uitgebreid door samenwerking met een Australische organisatie. Toen kwam er meer geld voor goede voorlichting en preventie. Zo was er zelfs  een groepje vrijwilligers die in het weekend gratis condooms uitdeelden in de gay bars. En niet één – zoals gebruikelijk was hier in Amsterdam- maar twee. Je weet maar nooit. Ik was verbaasd dat dit kon in Indonesië. Maar dan: Bali is uniek.

In februari ging ik als invalkracht werken op Sanur Independent School in groep vijf en zes. Een Engelstalige basisschool met een Australisch curriculum. Ik was ook op de Montessori School in Kerebokan geweest voor een gesprek maar vond deze school te elitair en te dogmatisch. De SIS was een kleine school met gemengde groepen van kinderen met verschillende nationaliteiten, vaak half Balinees, beetje anarchistisch. Het gebouw stond in een rijstveld en voerde een eigenzinnige koers. Weinig geld en veel zelfgemaakte leermaterialen. Opgericht door (kunstzinnige) ouders – Bali hippies – die zich permanent op het eiland hadden gevestigd. Er was veel aandacht voor kunst en muziek en de directie stond open voor Montessori onderwijs. Omdat ik geen werkvergunning had gaf ik de bewaker, die buiten bij het schoolhek stond, elke ochtend een dollar. Soms is ‘korrupsie’ ook wel handig. Later had ik een officieel sollicitatiegesprek met de directie en ouders van de school en werd aangenomen als leerkracht voor class five/six, hier groep vijf en zes. Yeahh!! Terug in Nederland ging ik mijn langere verblijf op Bali voorbereiden. Ik zou in juli gaan beginnen. Tot ik eind mei bericht kreeg dat ik geen werkvisum kreeg van de Indonesische autoriteiten. (Oud) minister Pronk had zich (weer) eens erg kritisch uitgelaten over de mensenrechtensituatie in Indonesië. En dat ligt erg gevoelig. Met als gevolg dat alle Nederlandse toeristen vanaf toen een visum moesten aanvragen, ook voor kort verblijf en het aantal uitgereikte werkvisa flink duurder werd en daarnaast ook nog beperkt werd. Met als gevolg dat de kosten voor mijn werkvisum te hoog werden en dat kon de school niet opbrengen. Helaas. Het feest ging niet door. En dat was een grote teleurstelling voor mij. Ik kon het misschien later nog eens proberen als de politieke storm tussen Nederland en Indonesië weer wat was gaan liggen. Maar heb besloten dat niet te doen. Ik kreeg wat weerstandsproblemen door de hiv en kon meer op Pink Point gaan werken. Ik slikte nog steeds geen anti hiv medicijnen maar, samen met mijn antroposofische huisarts en acupuncturist, begon ik wel aan een alternatieve behandeling om mijn weerstand op peil te houden zonder aan de hiv remmers te moeten. De Bali plannen waren over. Helaas, maar het was een geweldige tijd en een hele bijzondere ervaring. Time to move on: Step Step Step.

Trip naar Lombok

Dus ook weer in januari op weg naar mijn favoriete plek samen met mijn vakantiemaatje. Bijna altijd prettig gezelschap. Als ik eenmaal geland ben en Made, de chauffeur en inmiddels ook goede vriend, ons heeft afgeleverd bij Flashbacks in Sanur gaat de knop om. Ik word altijd helemaal blij en voel me weer meteen thuis. Net als na mijn eerste bezoek. Meteen naar de toko om Djarum kretek te kopen, de Indonesische kruidnagel sigaret die zo fijn knettert. En ’s avonds zaten we zeer tevreden met een Bintang biertje naast het zwembad met de jet lag nog in de benen. De tijd is zeven uur vooruit en de reis duurt bijna vierentwintig uur. Ik was blij dat ik er was want had voor het eerst tijdens de vlucht last van mijn benen. Het leek of alle bloed naar beneden zakte, de benen waren onrustig met onwillekeurige trillingen en ook tintelende voeten. Ik moest af en toe horizontaal met de benen op de grond gaan zitten. En dat mag niet, zei een strenge KLM stewardess. Maar later maakte een andere purser een uitzondering voor me en zat ik alsnog vrij ontspannen naast de pantry. Met zowaar een klein cognacje. Ook de rugzak opdoen was wat lastig door mijn linkerhand. Maar dit is snel voorbij, dacht ik. Want: het carpaal tunnel syndroom.

Het was weer een geweldige tijd. We kunnen het samen goed vonden. Niets hoeft.  Met een boek op het strand zitten is fijn, stukje wandelen, met Made tochtjes maken naar mooie, rustige, niet toeristische tempels. Of bij zijn familie op bezoek in Tejakula, de ongerepte noordkust.                                  

Tempel ceremonie, Tejakula

Ook een week naar de Gili Air. Het is prachtig met stranden,  koralen en schildpadden die om je heen zwemmen. Heel klein, geen auto’s en vervoer per ezeltaxi. Ook milieubewust. (Bijna) geen plastic, speciale bakjes overal voor sigaretten peuken. Ik was aangenaam verrast door dit alles. We gingen er per boot naar toe en eenmaal gearriveerd moest ik me, vasthoudend aan de railing van de boot naar het strand begeven om vervolgens van de boot op het strand te springen Dit was een hachelijke klus. Ik had net genoeg kracht in mijn linkerhand en was bijna de zee in gekukeld. Oeff! Dat was even schrikken. Ik was blij dat ik weer vaste grond onder mijn voeten had. Gelukkig is dit handprobleem spoedig voorbij, zei ik tegen mijzelf. Terug in Nederland maar gauw een afspraak maken met de specialist.

Gili Air was wennen voor ons. Het hoort bij Lombok en is moslim. Er hangt een totaal andere sfeer. Toen ik vlak na onze aankomst een wandeling ging maken in mijn camouflage broek keken mensen naar mij en een man riep: jihad! Daar schrok ik van en voelde me erg ongemakkelijk. Ook de oproep voor het gebed van de moskee was nieuw voor me. Veel vrouwen met hoofddoeken. Ik had ook de indruk dat de mensen wat afstandelijker waren als op Bali. We hebben het niet tegen elkaar gezegd maar voelden ons toch niet zo thuis op dit prachtige eiland. Na een paar dagen realiseerde ik me dat dit kwam door de afwezigheid van de dagelijkse rituele handelingen op Bali. Geen offermandjes op de straat, de uitbundige tempels, de versierde eeuwenoude bomen en de kleurrijke, bijna altijd vrolijke en open Balinesen. We waren dan ook weer blij dat we naar die week weer terug waren op ons vertrouwde Bali.

Gili Air

En door naar de Yoga Barn in Ubud. Mijn vakantiemaatje doet graag yoga maar heeft hier te weinig tijd voor. Ik was ook geïnteresseerd maar had geen ervaring met yoga. En de Yoga Barn had een goede reputatie. Dan moet je daar dan maar naar toe voor wat ‘sun salitations’ of zoiets, dacht ik. Er was ook een guesthouse bij het yoga centrum waar we een (dure) kamer hadden geboekt. We gingen enthousiast de eerste dag op verkenning. Welke lessen zijn er, wat voor soort mensen, hoe is het eten in het restaurant – heel belangrijk! Het viel allemaal wat tegen. De lessen waren erg duur en vooral massaal. Een leraar met dertig leerlingen in zijn klas. Wat als je de ‘downward facing dog’ nou nog niet kent, hoe moet dat dan? vroeg ik aan mijn vakantiemaatje. De leraar ziet alleen maar dames – en een enkele heer – met de benen omhoog in kleurrijke lycra pakjes. Dan kijk ik gewoon goed naar jou. Mooi uitzicht…. ‘S avonds was er (free) ecstatic dansen, schokkerig bewegen op muziek met liefst handen omhoog. Maar alleen ‘free’ met een (betaald) gekleurd armbandje. En die hadden we nou net niet. Zijn we maar de kroeg ingegaan. Het Yoga Barn publiek was overwegend blank, midden dertig en voornamelijk vrouw. Dus behoorlijk stereotyp. Op paar uitzonderingen na. De sfeer was ‘amazing, wonderful, very inspiring, really full of energy, karma healing’ enzovoort. Althans volgens de bezoekers waar ik mee sprak. (Beetje door de bocht..) Het eten was matig. Wonderlijk omdat de Balinese keuken ook veel vega gerechten heeft. Veel bezoekers reisden van het ene yoga centrum naar het andere, in verschillende landen. Ik had de indruk dat ze in hun eigen yoga bubbel zaten en vond het geheel een beetje ‘teveel preken in eigen parochie’. Hoewel de meeste bezoekers het volgens mij wel naar hun zin hadden zo te zien. Ik had zelf niet het gevoel op Bali te zijn. Er waren geen huistempel of andere Balinese kenmerken. De Balinese Yoga Barn had net zo goedkon in Californië kunnen staan. We waren erg teleurgesteld en zijn na twee dagen vertrokken. Er was namelijk ook geen bier en je mocht geen kretek roken..

Yoga Barn, Ubud

De rest van de vakantie was heel ontspannen. De terugvlucht was voor mij prima. Achterin het vliegtuig is het vaak rustig en ik had dus drie stoelen voor mezelf. Zodat ik kon liggen en mijn benen niet voelde. Ik had me voorgenomen na terugkomst meteen een afspraak te maken om nu eindelijk dat carpaal tunnel syndroom aan te pakken zodat ik gewoon mijn linkerhand weer goed zou kunnen gebruiken. En dan weer klaar zou zijn voor het seizoen 2017 op Pink Point.  Ik had er weer zin in!

Gusti, Ubud

2 gedachten over “3. Winter 2016-2017

  1. Jee Hennie wat ontzettend mooi geschreven , ik dacht even een stukje te lezen maar kon niet stoppen dus alles gelezen. Erg fijn beschreven, wat kan jij schrijven, ik zat er helemaal in!!

    Like

Geef een reactie op Erwin van Rheenen Reactie annuleren