1. Zomer 2016

Amstelpark

Ik houd erg van wandelen. Slenteren over de straat, in het park of bos. Of tegen de wind in op het strand. Het geeft me een goed gevoel, is ontspannend en fijn voor mijn lichaam.

Vroeger wandelde ik meer in de stad. Het vertrekpunt was vaak mijn woning aan De Clercqstraat. En dan door de stad richting buiten het centrum. Amsterdam is echt een wandelstad. Ik geniet van de grachten, de hofjes, de bloembakken in de straten. Of de vele grote en kleine terrassen overal. En de diversiteit van mensen op straat.

Mijn eerste wandeling in mijn eentje hier was in 1972. Ik had toen een tienertour kaart voor de trein en ging alleen naar Amsterdam. Ik vond de stad fascinerend. Ik was al eens vaker hier geweest. Met mijn vader vanuit de Achterhoek naar de grote stad. Ik kan me nog herinneren dat ik achter in de auto lag en – terwijl mijn vader onverstoorbaar tussen alle verkeer op het Rokin reed – ik de tramkabels boven me zag hangen. Vlak daarna kwamen we langs de Dam waar mensen in slaapzakken bivakkeerden! En nog wat later liepen we over de Zeedijk. Ook heel spannend. Hier wil ik later naar toe, dacht ik toen. Ik was denk ik tien. Mijn vader kende de Wallenbuurt aardig goed. Later hoorde ik dat hij wel eens met zijn oudste broer op de brommer naar Amsterdam ging en dan de volgende dag weer terug. En waarschijnlijk niet om koosjer te gaan eten in de Jodenbreestraat …. Denk ik.

Mijn eerste wandeltocht ging via de Bloemgracht naar de Frederik Hendrikstraat. Ik wilde zien waar de gewone mensen woonden, buiten het centrum. Het was allemaal wat vervallen en rommelig. Maar zo anders dan thuis met kleurrijke mensen op straat, veel graffiti. De vrijheid hing in de lucht. Mijn eerste woning in Amsterdam – toeval of niet – was op no 188bel in de Frederik Hendrikstraat. Weet nog dat ik niet wist wat ‘bel’ was: beletage. Dus niet één hoog. Vanaf dat moment wist ik dat Oud West mijn buurt was in deze stad. Op zondag 11 augustus 1986 vertrok ik vanuit Eindhoven naar mijn nieuwe bel etage. Ik kende niemand hier en begon als Montessori leerkracht in Gein. Helemaal blij. Tijd om mezelf te gaan ontplooien. En – met een paar jaren wonen in Oost – was stadsdeel Oud West tot 2017 mijn buurt.

Leer mij het zelf te doen.

Op de Christelijke Pedagogisch Academie Groen van Prinsterer in Doetinchem hoorde ik voor het eerst over Maria Montessori. Omdat ik voor andere studies was uitgeloot ben ik de PA gaan doen. Ik vond de studie niet erg boeiend en de school wat oubollig. Maar omdat veel vrienden van mijn middelbare school ook de PA deden en omdat we met z’n allen in de enige katholieke klas zaten, was het ook heel gezellig. De opleiding was traditioneel en voornamelijk gericht op klassikaal onderwijs. Niet van die rare onderwijsfratsen als Montessori, de Vrije School of Freinet. Over Jenaplan onderwijs was men wat minder kritisch. Er was een Jenaplanschool in de Achterhoek. Na weer te zijn uitgeloot voor een andere studie en mijn tweede PA studiejaar begon, vond ik een stage plek op de Montessorischool in Enschede. Ik zag een totaal andere manier van didactisch en pedagogisch omgaan met kinderen. Het kind stond centraal, niet de leerkracht. Dit was wat ik wilde!

Maria Montessori – geboren in 1870, de eerste vrouwelijke student, later arts in Italië, feministe, een ongetrouwde moeder en zelf denk ik lesbisch en ook Marxist – zag in Rome veel jonge kinderen overdag op straat hangen in een achterstandswijk. Hun ouders werkten de hele dag in de fabriek en opvang of onderwijs was er niet voor deze – meestal jonge kinderen. Ze werd door de lokale overheid gevraagd wat met deze kinderen te gaan doen en startte daarom de Casei dei Bambini, een opvang voor jonge kinderen. Het was een ruimte waar de kinderen elke dag kwamen, een opvang. Toen Maria probeerde de kinderen wat te ‘leren’ merkte ze nog meer de grote individuele verschillen tussen de kinderen op. Ze hadden allemaal hun eigen lichamelijke en geestelijke ontwikkeling. Ze besloot – na veel observaties, een belangrijke Montessori methode – , een veilige omgeving te creëren met uitdagingen voor deze kinderen: de voorbereide omgeving. Ze ontwikkelde zelf materiaal waarmee de kinderen aan de slag konden. Ieder kind op zijn eigen niveau, eigen tempo, soms alleen, vaak met andere kinderen. Verschillende leeftijden bijelkaar in één groep. De leerkracht observeert, biedt materiaal aan en stuurt soms ook bij: ‘Vrijheid in gebondenheid’

Maria Montessori merkte op dat kinderen zich ontwikkelen door hun omgeving te observeren en daar van te leren. Ze leren zelf praten, lopen, zelfstandig eten enzovoort. Door naar hun ouders te kijken, oudere broers of zusjes of anderen. En dan komen ze later op school en een juf of meester vertelt dan wat ze moeten doen!? Door een gestructureerde omgeving te creëren kunnen ze zich best zelf op hun eigen en unieke manier ontwikkelen, aldus Maria Montessori. Elk kind heeft ‘gevoelige periodes’ waarin ze ontvankelijk zijn, open staan voor nieuwe leer- en levenservaringen. Soms zit een kind een tijd ‘niks te doen’ in de groep om daarna enthousiast iets nieuws op te pakken. Het kind is dan niet ‘lui’ maar zit – zoals Montessori het noemde – te ‘broeden op het ei’. Montessorionderwijs probeert het beste bij elk kind naar boven te halen, in hun eigen tempo, individueel, zelfstandig maar ook met veel samenwerking. In de gestructureerde omgeving van een groep. De sociale omgang is ook een heel belangrijk element. “Leer mij het zelf te doen”

Maria Montessori heeft lang in Nederland gewoond, het land dat haar (methode) het beste begreep, zei ze. Tijdens de tweede wereldoorlog woonde ze in India. Door de lokale culturele tradities te observeren ontwikkelde ze – eenmaal terug in Nederland – het Kosmisch Onderwijs. Later door veel andere (klassikale) scholen ook op hun lesrooster gezet: Wereldoriëntatie. Ze stierf in 1952 en werd begraven in Noordwijk. Een geweldige vrouw.

In 1979 begon ik als enthousiaste Montessori leerkracht. Eerst in Nijmegen, toen vijf jaar Eindhoven, daarna nog een paar jaar in Amsterdam. In februari 1989 ben ik gestopt. Ik was begonnen met de studie Culturele Antropologie/Sociologie der Niet-westerse Samenlevingen aan de VU en begon me te richten op ZO Azië, vooral Vietnam. Tijd voor iets nieuws en wat anders.

NutsMontessorischool, Akkerstraat, Eindhoven

In de zomer van 2016 merkte ik dat ik sneller moe werd van al dat gewandel. Op een dag wilde ik naar de Oostpoort maar kwam niet verder dan Artis. Daar moest ik gaan zitten. Hmm, vreemd dat mijn benen nu al moe zijn, dacht ik.

Artisplein
Hortus

Niet lang daarna merkte ik dat ik vaker ging zitten tijdens museumbezoek. Ook vreemd. Weer moe in de benen. Misschien heb ik gewoon geen goede wandelschoenen en komt het daardoor. Maar dan krijg je eigenlijk last van je voeten of pijn in je rug. Toch? Niet zozeer vermoeidheid in de benen.

Rijksmuseum

Op mijn sportschool had ik altijd een vast programma. Ging hier drie keer per week naar toe voor wat conditie en natuurlijk om te voorkomen dat mijn lijf niet inzakte… Op een dag merkte ik dat twintig minuten, nivo elf op de stepmachine te veel was. Weer erg moe in de benen. Terug naar nivo negen. Ging beter. Als ik dan na afloop thuis kwam voelde ik mijn bovenbenen wanneer ik op driehoog voor mijn deur stond. Ook vreemd en nieuw voor me. En ik was sneller moe op de fiets. Net of de rem er nog een beetje opstond of dat je met hele dikke banden fietst.

De Clercqstraat 13, drie hoog

Weer wat later kreeg ik problemen met mijn linkerhand. Het begon met krachtverlies in mijn wijsvinger. Ik wilde een haakje met mijn linkerwijsvinger losmaken van een zeil op Pink Point en dat lukte niet. Ook veters strikken ging lastiger. Of mijn broek dichtknopen. Dit krachtverlies was echter snel voorbij tot ik het na een paar weken weer had. Cadeautjes inpakken of geld met links uit de kassalade pakken was lastig. Dit laatste is natuurlijk wel een probleem als je een eigen zaak hebt…

Pink Point Amsterdam

Pink Point Amsterdam
Van de buitenkant

In 2012 werd ik – in het begin tegen wil en dank – en later de trotse eigenaar van Pink Point Amsterdam. De Gay & Lesbian – al die andere letters waren er toen nog niet – info en giftshop naast het Homomonument op de Westermarkt. Ik was al sinds 1999 verbonden aan de kiosk. Eerst als vrijwilliger, toen een dag in de week naast mijn andere horeca baan. Later drie dagen. Helemaal mijn ding. Ik vind het leuk om met mensen te werken en in de kiosk komt de hele wereld langs. Wel vaak op weg naar het Anne Frank Huis trouwens. De hele dag buiten en ook nog eigen baas. En een belangrijke functie voor de community. Met info over waar uit te gaan in Amsterdam. Maar ook waar je terecht kunt met vragen over gezondheid – vooral in het, ik noem het maar even Aids tijdperk – , condooms voor 15 cent of waar je je verhaal kunt vertellen. Heel laagdrempelig zodat je ook gewoon naar binnen kunt lopen en een Amsterdam souvenir kunt kopen als het misschien nog te moeilijk of te vroeg is om voor je identiteit uit te komen. Bij Pink Point staat de deur van de kast altijd wijd open. Plus een uitgebreide keus uit allerlei regenboog artikelen.

En de Amsterdamse Sint is er altijd

Eén opmerking over '1. Zomer 2016'

  1. Dag Hennie, met veel ontroering en bewondering lees ik je verhalen en geniet van de foto’s en de video’s. Bedankt dat je dit allemaal met me deelt. Liefs Berdy

    Like

Geef een reactie op Berdy Reactie annuleren