2. Najaar 2016

Wat zou er toch aan de hand zijn met mijn linker wijsvinger? vroeg ik aan een goede vriend en vakantiemaatje. Lijkt wel of ik er minder gevoel in heb en ook minder kracht. Nou, ik denk dat het zo’n vernauwing is in de pols, hoe heet dat ook al weer? O ja, carpaal tunnel syndroom, zei hij. Had mijn moeder ook en ze was net zo oud als jij…. Slik! En het is met een eenvoudige operatie te verhelpen. Zou me niet al te druk maken als ik jou was. Ok, ga ik dan maar ook niet doen.

In november had ik mijn jaarlijkse bezoek bij de internist. Ik heb sinds 2000 hiv en sinds 2009 medicatie hiervoor. Of tegen natuurlijk. Zoals altijd was de situatie stabiel. Geen virus in mijn bloed en een hoge weerstand. Geen griep gehad of andere dingen. Ik vertelde haar wel over mijn linkervinger en dat ik wel al geruime tijd ook last had van krampen. En af en toe fasculaties, spiertrillingen. Vooral in mijn benen en voeten maar ook in mijn handen. Mm.., kan een magnesiumtekort zijn, zei ze. Ik weet het ook nog niet zo een twee drie. Of inderdaad misschien dat tunnel syndroom. Dan laat ik het zo en houd het in de gaten, beëindigde ik het bezoek.

Tentoonstelling over Aparheid in het Rijksmuseum

Het leven ging verder en ik raakte al snel gewend aan de verminderde kracht in mijn wijsvinger. De sleutels niet meer in mijn linker broekzak – moeilijker om ze eruit te halen. Meer kassahandelingen met rechts op Pink Point, wat lastiger om de vaat af te wassen, een dekbedovertrek te verwisselen ed. Of werken met tien vingers op de computer. Gelukkig was de tablet een goed alternatief. Nog steeds trouwens.

Kadampa

In december naar de jaarlijkse stilte retraite in het Kadampa hotel in Schin op Geul in Limburg. Hier keek ik altijd erg naar uit. Je komt aan op vrijdagmiddag, ontmoet dan de vrijwilligers van het centrum en maakt kennis met de overige deelnemers. Vaak een klein groepje van zo’n mens of acht. Meestal meer dames. En natuurlijk met de monniken die het weekend leiden. Zij zijn volgelingen van Geshe Kelseng Gyatso. Deze meester komt uit de Tibetaanse Mahayana Boeddhistische traditie en heeft deze zienswijze na jarenlange studie in Tibet, oa naar Nederland gebracht. Het doel van Kampaboeddhisme is om Boeddha’s tijdloze wijsheid op een praktische manier aan te bieden aan de mensen van de moderne wereld zodat deze wijsheid voor iedereen toegankelijk wordt. Kadampaboeddhisme leert ons om alle lessen van de Boeddha te beschouwen als persoonlijk advies dat we in ons dagelijks leven in praktijk kunnen brengen om zo stap voor stap onze problemen op te lossen en innerlijke vrede en geluk te vinden.

Na de gezamenlijke eenvoudige veganistische maaltijd begint de stilte periode. Deze duurt tot de lunch op zondag. Er wordt niet gepraat, ook niet tijdens de maaltijden. Het ontbijt is ’s ochtends om zeven uur en de eerste meditatie sessie begint om negen uur. Er is elke keer een thema bijvoorbeeld: Wijsheid, onze innerlijke Gids. Begonnen wordt met het lezen van gebeden, dankbetuigingen of reciteren van een mantra. Daarna een korte lezing cq uitleg van de monnik, gevolgd door vijfenveertig minuten meditatie. Het vindt allemaal plaats in een kleine tempel gevuld met beelden en portretten van Geshe Kelseng Gyatso en Bodhisattva’s. Een kleurrijk maar wel druk geheel.  

Na het eerste uur heb je een uur vrij om bijvoorbeeld een wandeling te maken in de tuin of in de prachtige heuvelachtige omgeving. Of je blijft nog een uur zitten in meditatie. De tweede sessie is om elf uur, de derde om een uur ’s middags, de volgende om drie uur en de laatste om vijf uur. Gevolgd door weer een eenvoudige maaltijd. ’s Avonds komt de gemeenschap, de Sangha, bijelkaar voor een speciale ceremonie voor de Meester. Een klein groepje volgelingen, gekleed in donkerrode of saffraankleurige kleding. Er staat een groot portret van meester Geshe op een verhoging, soort altaar, met daarvoor offergaven en wierook. Er wordt gereciteerd uit een gebedenboek, Tibetaanse klankschalen klinken en men werpt zich op de grond voor het portret van de Meester. Het is eigenlijk net de Katholieke kerk, dacht ik toen ik daar op mijn meditatie kussentje tussen zat. Deze ceremonie sprak me niet erg aan. Het voelde ongemakkelijk om mensen te zien die iemand aanroepen en vereren. Het lijkt net alsof je dan de regie uit handen geeft en je te klakkeloos iemand gaat adoreren. Zodat het gevaar bestaat dat je je eigen Pad uit het oog verliest.

Want ook de Meester kan het Pad uit het oog verliezen en verstrikt raken in Illusie. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan Sogyal Rinpoche die recentelijk is overleden. Een groot Meester, schrijver van het geweldige boek Het Tibetaanse boek van Leven en Sterven. Een soort Bijbel voor mij, al meer dan twintig jaar. Maar hij is recentelijk ook in diskrediet geraakt door zijn gedrag naar zijn leerlingen toe. Berichten over lichamelijke straffen, seksueel misbruik en een buitensporige luxe levensstijl kwamen de laatste jaren – tot ieders grote verbazing en schrik – aan de oppervlakte. Veel volgelingen van Rigpa, de groep van zijn volgelingen en zelfs de Dalah Lama namen afstand van hem. Zo zie je maar weer dat je eigen culturele achtergrond een dominante rol kan spelen en je daardoor het Pad uit het oog kunt verliezen. De Illusie is overal en dat is nou net wat de Boeddha ons probeert voor te spiegelen. Luister naar de Meester maar zoek de Boeddha in jezelf.

Met deze dogmatiek die ik hier ook tegenkwam kan ik niet zo veel. Mensen die hun heil zoeken bij een Meester of Guru raken regelmatig de weg kwijt. Ik denk veel antwoorden op vragen over het of je eigen leven te vinden zijn in jezelf. Door momenten van stilte kom je sneller tot de kern. Wat wil Ik eigenlijk en wat vind Ik er van. De Boeddha zegt dat we het Licht in onszelf kunnen vinden als het afpellen van een sinaasappel waarna de Kern overblijft. Dit is trouwens wel een eigen interpretatie. Dogma’s in religies zijn vaak de oorzaak van veel ellende in deze wereld. Dit vind je in alle religies terug, ook helaas in het Boeddhisme. Religieuze leiders die het volk gaan vertellen wat wel en niet mag. En denken dat ze de Waarheid in pacht hebben. Dan wordt religie het opium van het volk, aldus Karl Marx. Ik gruw hier van. Alle religieuze teksten hebben het over naastenliefde, respect voor anderen en vooral: Vergeving, Mededogen. Het is maar net wat je eruit pikt. En dan de grote fout maken de teksten van vaak duizenden jaren oud rechtstreeks te vertalen naar deze tijd. Met alle ellende tot gevolg. Waarom mogen vrouwen geen priester, imam of rabbijn worden? Waarom mogen twee mannen of twee vrouwen niet met elkaar trouwen. Waarom mag je niet van je (seksuele) identiteit veranderen? Maar ook hoe kan dat toch dat de reïncarnatie van de Dalah Lama altijd een man is? En waarom mogen vrouwen in Thailand de monniken geen hand geven. Hetzelfde in sommige Islamitische kringen. En zo ken ik er nog wel een paar. Het heeft volgens mij weinig te maken met religie maar meer met machtsmisbruik en vaak willekeur. Veel kerken, moskeeën, synagoges en soms ook tempels houden hun volgelingen in een gijzeling. “Gij zult branden in het hellevuur, waar geweenklaag is en tandengeknars” Maar gelukkig zijn er ook uitzonderingen.

De volgende ochtend weer verder met ontbijt om zeven uur. De laatste meditatie sessie is dan van elf tot twaalf. En dan is ook de stilteperode voorbij en worden de persoonlijke ervaringen uitgewisseld. De deelnemers zijn zeer verschillend. Vaak een crisis achter de rug of ‘op zoek’. Door in stilte te gaan, terug in jezelf maar ook weer – als beginner – niet te lang, heb je tijd en aandacht voor zelfreflectie. Jezelf een spiegel voorhouden is erg belangrijk, soms confronterend en dat kan heel goed tijdens deze inspirerende stilte retraites. Zo sprak ik een tijd met een moeder van twee kinderen die de diagnose borstkanker had gekregen. Natuurlijk een grote schok voor haar, je wereld staat op z’n kop. Ze vertelde dat ze meer rust had gevonden door de sessies, de daarbij horende rituelen en dat je met niemand hoeft te praten. Alleen met jezelf. Paar dagen in stilte helemaal voor jezelf. Mooi.

Tussen de sessies door ging ik naar buiten om te wandelen in de heuvels. De sessie van drie uur sloeg ik over om een langere wandeling te kunnen maken, van een paar uur. En ik merkte weer dat mijn benen moe waren, al na een uur! En ik was nog niet eens op de helft. Het was ook voor het eerst dat ik mij zorgen begon te maken. Zittend en liggend in een weiland tintelden mijn voeten en mijn bovenbenen waren ook moe. Ook toen ik ’s avonds nog even op het dak van het hotel zat was de onrust in mijn benen nog niet voorbij. Met mijn linkerhand was ik niet bezig. Ik was hier al zo aan gewend geraakt. Want: het carpaal tunnel syndroom.

Schin op Geul

Plaats een reactie